Het conflict in
Syrië is met de aanstaande bestorming van de stad Aleppo aan het escaleren. De
EU, VN en de VS lukt het niet om het tij te keren. Poetins steun wordt gezocht,
maar vooralsnog zonder resultaat. Voor de Russen hoeft het ook niet. Bijna de helft van de bevolking ziet het
conflict als een provocatie van andere landen om hun invloedssfeer uit te breiden.
In het vorige artikel op dit blog schreven we al dat Russen bevreesd zijn voor buitenlandse inmenging in interne aangelegenheden. Nu blijkt dat ze ook het conflict in Syrië niet zozeer zien als een spontane volksopstand tegen het regime van Assad, maar denkt 46% dat het hier gaat om andere landen (lees: het Westen) die op deze manier invloed in Syrië en het Midden-Oosten willen verkrijgen. Dit blijkt uit een onderzoek van opiniebureau WCIOM.
Nu moet gezegd
worden dat 52% van de Russen zich sowieso niet interesseert in de kwestie
Syrië. Poetin lijkt zijn koers dus gemeen te hebben met die van de Russische
bevolking. Of Brits PM David Cameron daar wat aan kan veranderen, blijft
afwachten. De twee staatshoofden zullen elkaar op 2 augustus ontmoeten, als
Poetin de Olympische Spelen bezoekt. Cameron heeft aangegeven dat Syrië daarbij
niet onbesproken zal worden gelaten.
Of Poetin
daadwerkelijk zijn bondgenoot Assad in de steek zal laten is afwachten. Volgens
Alexander Shimilin, hoofd van het Moskous Centrum voor Analyse van Conflicten
in het Midden-Oosten, is het daarvoor te laat. Poetin is met zijn steun aan Assad al te ver gegaan - hij blokkeerde drie VN resoluties - en kan zijn beleid nu moeilijk ineens wijzigen.
De Russische president zou Syrië
hebben willen meenemen in onderhandelingen met Amerika over bijvoorbeeld het
geplande raketschild in Europa, zo zegt Shimilin. De angst bij de Russen voor
Westerse invloeden in eigen land, dan wel andere landen is groot. De manoeuvres
van Poetin in de buitenlandse politiek zijn voor een groot deel aan die angst
te wijten.

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen