Boekrecensie - Het blijft altijd makkelijk om kritiek te uiten op het Rusland onder Vladimir Poetin en op de man zelf. Misschien gaan we dan soms voorbij aan de erfenis die Boris Jeltsin achterliet. Een land verkocht aan de hoogste bieders. Een land gered door buitenlandse financierders. Een land dat diende als proeftuin voor hoogopgeleide jonge economen. Razend interessant beschreven door Chrystia Freeland.
Het voordeel van dit boek, dat al in 2000 gepubliceerd werd, is dat Poetin - net aan de macht - nog relatief onbekend was. Alles wat we nu weten was voor Freeland onbekend. Wat wel bekend was daar laat de auteur, tussen 1995 en 1998 hoofd van de redactie van de Financial Times in Moskou, ons mee kennismaken. Het is eigenlijk een must-read voor iedereen die iets van het huidige Rusland wil begrijpen.
Het draait allemaal om geld en macht. Om een Boris Jeltsin die steeds wispelturiger wordt en een staat die dringend geld nodig heeft. Een stel jonge, hoogopgeleide economen krijgen na de val van de Sovjet-Unie de vrije hand om de Russische economie te hervormen. Schoktherapie. Met alle gevolgen van dien. De inflatie stijgt maar door, schappen worden leger en leger en van een zich voorzichtig manifesterend kapitalisme, waar men op hoopte, is geen sprake.
Al snel wordt duidelijk dat er een vergaande machtsstrijd bezig is. Die tussen de "rode directeuren" van de voormalige (en gigantische) staatsfabrieken en die van de nieuwe zakenmensen, die later bekend zouden worden als de oligarchen. Tel daar bij op dat Jeltsin zijn huid verkoopt aan die laatste groep in ruil voor hun steun in de bijna verloren verkiezingsstrijd tegen de communisten in 1996 en u krijgt een idee van de enorme krachten die aan het werk waren in het grootste land ter wereld.
Zelfs de steenrijke Amerikaanse zakenman George Soros werd gebeld en gevraagd om te investeren om zo de Russische overheid broodnodige overbruggingskredieten te verstrekken. Er is voortdurend overleg tussen de oligarchen, de oligarchen en de overheid, de jonge hervormers en het IMF in de noodlottige dagen voor de roebelcrisis van 1998. De oligarchen en de overheid zijn soms niet meer van elkaar te onderscheiden.
De kracht van Freelands verhaal schuilt in het feit dat ze een goede achtergrond weet te schetsen van de chaos in het post-Sovjet tijdperk van de jaren '90. De overheidsorganen deden of konden hun werk niet doen, er was rechteloosheid en geen controle, criminaliteit maakte van Moskou bijna een gangster-bolwerk. Daarnaast heeft ze vele hoofdpersonen weten te spreken in de jaren dat ze in de Russische hoofdstad werkzaam was. De oligarchen Friedman, Potanin, de gevangen Chodorkovski en de onlangs overleden Berezovski, ze ontmoette ze allemaal.
Na lezing van dit boek is er meer begrip op te brengen voor de harde hand waarmee Poetin Rusland ging regeren. Al is het waarschijnlijk inmiddels tijd voor een andere koers en verdere hervorming.









